De verschillende landschappen van Bonaire.

Bonaire bestaat uit drie verschillende landschappen: het heuvelachtige noorden, het midden met in de hoogte verspringende kalksteenterrassen en het vlakke zuiden met haar zoutpannen. De gehele noordkop van Bonaire valt onder het Washington Slagbaai National Park  en is ruim 6.000 ha groot. Het heuvelachtige terrein met haar cactuswouden, grillige rotsformaties, saliñas (zoutmeren) en kalksteengrotten biedt onderdak aan tal van bijzondere planten en dieren. Veel voorkomende en goed te spotten dieren zijn de snel wegschietende hagedissen, statige leguanen en de meest kleurrijke vogels.

Het noorden van Bonaire is ook het groenste deel van het eiland ondanks het feit dat loslopende geiten continue jonge scheuten van bomen en planten wegvreten. Daarnaast heeft de mens eeuwenlang ongebreidelde houtkap in het gebied bedreven. Met name brazielhout, een houtsoort die gebruikt werd bij het fabriceren van verf, is massaal in het gebied geoogst.
Het middenstuk (cunucu), een gebied dat zich uitstrekt tussen Rincon en Kralendijk, met de kalksteenterrassen heeft veel weg van een wildwest-achtig landschap. Torenhoge cactussen, vetplanten, rotsformaties, zandverstuivingen en de zo karakteristiek door de wind gevormde divi-divi bomen vormen hier het landschap.
Vanaf het zuiden van Kralendijk is Bonaire vlak waarbij de gehele zuidkop van het eiland zelfs op zeeniveau ligt. Hier verrijzen de wereldberoemde zoutpiramides tussen de uitgestrekte zoutpannen van Bonaire.

Zoutpannen zijn kunstmatige zoutmeren (kommen) die voor de zoutwinning worden gebruikt. Een zoutpan is een binnenmeer waar wel water kan instromen maar geen water kan uitstromen. Doordat het water alleen kan verdwijnen door te verdampen wordt de zoutconcentratie in het resterende water steeds hoger. Als de aanvoer van het water minder is dan de verdamping zal al het water uiteindelijk verdwijnen en blijft een zoutvlakte achter waar men dan vervolgens het zout van kan oogsten.

Dit zout wordt tijdelijk bewaard op de zoutpiramides vooraleer het witte goud naar Amerika verscheept wordt om daar verdere verwerking te ondergaan. Door de weerkaatsing van de Caribische zon op de zoutpiramides ontstaat een fascinerende verstrooiing van het licht, waarbij een kleurenspectrum ontstaat die een ware traktatie vormt voor het menselijke oog.

Naast de zoutpannen in het zuiden herbergt het zuidoosten van Bonaire ook een betoverende lagune die omzoomd wordt door een unieke mangrovevegetatie.
De kustlijn van Bonaire kent twee gezichten. Aan de westkant liggen enkele smalle stranden die veelal bezaaid zijn met prachtig versteend koraal en door zeestromingen gepolijste kiezelstenen. Op de kust beukende golven en een straffe wind vind je aan de oostkant. Het water en de wind van de Caribische Zee hebben hier het gesteente in de meest grillige vormen geboetseerd. Aan deze kant van Bonaire worden de kale kalksteenplateaus onderbroken door grillige boka’s (baaien) met betoverende stranden.